Epoxy geeft een prachtig eindresultaat, maar is veeleisend in de verwerking. Bijna alle problemen die wij bij de klantenservice binnenkrijgen zijn terug te voeren op vier dingen: mengverhouding, temperatuur, luchtvochtigheid en een vervuilde ondergrond. Hieronder de meest voorkomende problemen en hun oorzaak.
Sinaasappelhuid op mijn epoxy
Een sinaasappelhuid ontstaat door onregelmatigheden in het oppervlak tijdens het uitharden. Twee hoofdoorzaken:
-
Temperatuurschommelingen. Epoxy reageert gevoelig op temperatuurverandering. Vermijd direct zonlicht en houd de temperatuur constant gedurende het hele uithardingsproces — niet alleen tijdens het gieten.
-
Vet of vuil op de ondergrond. Ontvet het oppervlak grondig voordat je giet. Isopropanol werkt uitstekend; aceton of water met ammoniak kan ook.
Een golvend oppervlak
Golving komt vrijwel altijd door ongelijkmatig aanbrengen:
-
Onjuiste mengverhouding. Zie het stappenplan hieronder.
-
Onvoldoende uitgesmeerd. Werk de epoxy goed uit met roller of kwast.
-
Te dikke laag. Rol gelijkmatig uit en let vooral op randen en hoeken, waar de hars wegloopt.
Natte of kleverige plekken in mijn epoxylaag
Dit is bijna altijd een verwerkingsfout. Houd dit stappenplan aan:
- Zorg dat beide componenten op kamertemperatuur zijn. De juiste temperatuur staat in het datablad.
- Reken de hoeveelheid per component nauwkeurig uit en houd de mengverhouding exact aan. Let goed op of de verhouding in gewicht of in volume is opgegeven — dat is bijna nooit hetzelfde.
- Gebruik een nauwkeurige weegschaal, zeker bij kleine hoeveelheden. Een afwijking van meer dan 1 tot 3 procent per component geeft al problemen. Is je weegschaal of doseerspuit niet nauwkeurig genoeg voor de gewenste hoeveelheid, maak dan gewoon meer epoxy aan.
- Meng in een cilindrische mengbeker, niet in een bak met hoeken. Meng zeer grondig en neem bodem en zijkanten mee. Giet daarna over in een tweede schone beker en meng nogmaals. Bij het uitgieten schraap je de bodem en zijkanten juist niet mee.
- Zorg dat de ondergrond droog, stofvrij en vetvrij is. Voorkom siliconenvervuiling en vocht.
- Houd de omgevingstemperatuur gelijk tijdens de hele uitharding, bij voorkeur de temperatuur uit het datablad (meestal 20–25°C).
- Werk niet bij hoge luchtvochtigheid. Zeker niet boven 80 procent, bij voorkeur onder 60 procent.
- Gebruik alleen kleurstoffen en vulstoffen die geschikt zijn voor epoxy, en nooit te veel. Overmatig kleuren geeft oppervlakteproblemen en verlaagt de warmtebestendigheid.
Kleverige plekken herstellen
Kleverige plekken zijn frustrerend, zeker als je een groot oppervlak hebt bedekt. De grondige aanpak:
- Trek de kleverige, vloeibare epoxy weg met een plastic spatel. Trek niet te ver door over de goed uitgeharde delen.
- Krab de resterende plaklaag verder weg met een ijzeren krabber, tot je op de ondergrond of op goed uitgehard epoxy stuit.
- Kun je de plek lokaal behandelen? Schuur dat deel licht op inclusief een stuk van het aangrenzende goede oppervlak, maak stofvrij en giet nieuwe epoxy op. Is de beschadiging te ondiep om lokaal te herstellen, of vrees je dat de nieuwe hars niet vlak uitvloeit, dan moet het hele vlak licht opgeschuurd en opnieuw overgoten worden.
Bij kleine, ondiepe kleverige plekken kun je soms sneller werken door er een 1-componenten PU-lak overheen te zetten, zoals Jachtlak PU Zijdeglans. Of dat werkt moet je per geval testen.
Mijn epoxy onderzetters worden kleverig bij een warm kopje
Ga ervan uit dat je voor onderzetters een epoxy hebt gekozen die minimaal 80°C aankan. Controleer dan het volgende:
- Is de epoxy volledig uitgehard? Op kamertemperatuur (circa 20°C) duurt dat 2 tot 3 weken.
- Harden bij constante temperatuur, zonder grote schommelingen. Je kunt het versnellen door het werkstuk 2 tot 4 uur op 60°C in de oven te leggen — bij voorkeur niet in een oven waarin ook eten wordt bereid.
- Gebruik niet te veel kleurstof, en zeker geen alcoholtinten. Die verlagen de warmtebestendigheid snel.
- Meet de mengverhouding perfect af en meng in twee bekers: eenmaal mengen, overgieten, nogmaals mengen.
- Neem nooit de epoxy van de randen van de mengbeker mee in de uiteindelijke gieting.
Mijn epoxy onderzetters deuken in bij een warme kop
Ook epoxy die niet schroeit, smelt of plakt kan bij warmte tijdelijk zacht worden. Blijft een warm kopje enkele minuten op één plek staan, dan deukt het oppervlak in. Na afkoelen hardt de epoxy weer uit en blijft de deuk zitten.
Dit is niet volledig te voorkomen. Alle heldere, ongevulde harsen — epoxy, polyurethaan en polyester — deuken in onder langdurige belasting bij verhoogde temperatuur. Een epoxy met hogere temperatuurbestendigheid, zoals de HT Epoxy Resin (tot 140°C), deukt duidelijk minder. Er bestaan ook sterk gevulde epoxysystemen die tot boven 140°C niet meegeven; nadeel is dat die ondoorzichtig zijn, vaak gevuld met aluminiumpoeder.
Lijmen met epoxy
Epoxy is een sterke hars die op veel ondergronden goed hecht. De ondergrond moet schoon, droog en stofvrij zijn; opschuren is aan te raden.
Epoxy is meestal zeer dun vloeibaar. Om te kunnen lijmen verdik je hem met een vulstof zoals talkpoeder of vezels. Zo verwerkt kun je epoxy ook als plamuur gebruiken. Met holle glasparels als vulmiddel maak je zelf een lichtgewicht epoxyplamuur.
Kom je er niet uit? Onze technische specialisten denken graag met je mee.