Wat is gietrubber en welke siliconen zijn er?

Gietrubber is een gietbaar materiaal dat na uitharden de eigenschappen van rubber heeft. Meestal wordt hiermee siliconenrubber bedoeld. Op deze pagina leest u wat gietrubber is en wat het verschil is tussen de twee hoofdsoorten siliconen: condensatie en additie.

Wat is gietrubber?

Gietrubber verwijst naar een gietbaar materiaal dat na uitharden de eigenschappen van rubber vertoont. Er bestaan verschillende kunstmatige materialen met deze eigenschap, zoals bepaalde polyurethanen en epoxies. Wanneer we het over gietrubber hebben, wordt echter meestal siliconenrubber bedoeld.

Siliconen als gietrubber vormen een uitstekend alternatief voor natuurlijk gietrubber of natuurrubber. Ze behouden hun rubberachtige eigenschappen bij zowel lage als hoge temperaturen. Bovendien gaan siliconen veel langer mee dan traditioneel rubber en zijn ze beter bestand tegen chemicalien.

Siliconen die geschikt zijn als gietrubber worden op basis van hun chemische eigenschappen onderverdeeld in twee categorieen: condensatie verhardende siliconen (ook wel tin verhardende siliconen genoemd) en additie verhardende siliconen (ook wel platina verhardende siliconen genoemd).

Wat is het verschil tussen additie en condensatie siliconen?

Condensatie siliconen (tin)

Deze siliconen zweten na verloop van tijd een beetje van hun eigen materiaal uit (tinzouten). Hierdoor krimpen condensatie siliconen op de lange termijn, meestal met ongeveer 1% per jaar. Condensatie siliconen zijn niet voedselveilig. Over het algemeen zijn ze goedkoper dan additie siliconen en gemakkelijker te verwerken.

Additie siliconen (platina)

Deze siliconen vertonen vrijwel geen krimp. In vloeibare toestand kunnen ze echter nog reageren met bepaalde materialen of stoffen, wat vergiftiging van de siliconen kan veroorzaken. Stoffen zoals zwavel, stikstof, aminoverbindingen en metaalzouten kunnen hierbij een rol spelen. Twijfelt u of uw materiaal goed reageert op de siliconen, voer dan eerst een kleine test uit. Additie siliconen gaan over het algemeen langer mee en zijn iets duurder.

Twijfelt u of uw materiaal reageert met additie siliconen? Voer altijd eerst een kleine test uit op een niet kritisch deel van het origineel.

Uitgebreide uitleg over condensatie en additie siliconen

Het chemische verschil tussen condensatie en additie siliconen ligt in de manier waarop polymerisatie plaatsvindt.

Condensatie siliconen

  • Condensatie siliconen vormen lange ketens tijdens het uithardingsproces. Een deel van het materiaal condenseert (scheidt zich af), wat resulteert in een afname van het totale volume. Hierdoor hebben condensatie siliconen meer krimp dan additie siliconen.
  • Ze scheiden tinzouten uit tijdens het uitharden. Deze zouten zijn schadelijk voor de gezondheid, waardoor mallen van condensatie siliconen niet geschikt zijn als voedselmal.
  • Na menging van de A en B componenten blijven ze continu reageren en ketens vormen. Dit betekent dat ze in de loop der jaren steeds meer krimpen en brozer worden. Het voordeel is dat ze ook op oude condensatie siliconen hechten. Bij tweedelige mallen is het daarom essentieel om een goede scheiding tussen de twee lagen te handhaven om ongewenste hechting te voorkomen.
  • Ze hebben vocht nodig om uit te harden en halen dit uit zichzelf en uit de omgeving. Daarom verloopt het uitharden sneller bij hoge luchtvochtigheid. Sluit condensatie siliconen goed af na gebruik, anders verdampt het vocht.

Additie siliconen

  • Additie siliconen vertonen vrijwel geen krimp. Ze vormen lange ketens zonder stoffen uit te scheiden tijdens het uitharden.
  • In vloeibare toestand kunnen ze nog reageren met bepaalde stoffen, wat vergiftiging kan veroorzaken. Zwavel, stikstof, aminoverbindingen en metaalzouten spelen hierbij een rol.
  • Om een volledige uitharding af te dwingen en ongereageerd materiaal te voorkomen, wordt aanbevolen additie siliconen na het uitharden te post curen, oftewel een geruime tijd in een oven plaatsen op 80 tot 100 graden Celsius.
  • Ze hebben warmte nodig voor uitharding en harden sneller uit bij hogere temperaturen. Bij lage temperaturen, al merkbaar onder 18 graden Celsius, kunnen veel additie siliconen slecht of helemaal niet uitharden. Vuistregel: bij elke 10 graden hogere temperatuur halveert de verwerkings en uithardtijd, bij elke 10 graden lagere temperatuur verdubbelt deze.

Resistentie tegen chemicalien en vervuiling

  • Na uitharding zijn condensatie siliconen minder resistent tegen chemicalien en harsen dan additie siliconen. Tijdens het uithardingsproces kunnen condensatie siliconen juist beter tegen vervuiling.
  • Additie siliconen kunnen problemen hebben met uitharden wanneer ze vervuild raken door stoffen zoals tinzouten, verschillende lijmen, fosfor, arseen, stikstof, 1 component siliconen en zwavel (zelfs zwavelhoudende latex handschoenen). Na uitharding kunnen additie siliconen veel producten weerstaan. De grootste problemen vormen meestal aardolie afgeleiden en sterke basen of zuren.

Mengverhoudingen

  • Bij condensatie siliconen zijn de mengverhoudingen minder kritisch. Iets meer katalysator versnelt het uitharden en verkort de verwerkingstijd. Een te grote overmaat kan de sterkte verminderen, te weinig katalysator geeft zeer langzaam uitharden, en te veel katalysator maakt het eindproduct sneller oud en bros.
  • Additie siliconen moeten zeer nauwkeurig worden gemengd. Zelfs kleine afwijkingen kunnen ervoor zorgen dat de siliconen niet meer uitharden. In het gunstigste geval kan dit nog verholpen worden met een post curing proces.

Samenvatting: condensatie versus additie

Eigenschap Condensatie (tin) Additie (platina)
Krimp Ongeveer 1% per jaar Vrijwel geen
Voedselveilig Nee Ja, mits juiste type
Uitharden door Vocht Warmte, platina katalysator
Gevoelig voor vergiftiging Nauwelijks Ja, in vloeibare toestand
Mengverhouding Minder kritisch Zeer nauwkeurig
Levensduur Korter Langer
Prijs Goedkoper Iets duurder

Login

Wachtwoord vergeten?

Heb je nog geen account?
Maak gratis een account aan en geniet van vele voordelen.