Wat is viscositeit?

Wat is viscositeit?

Viscositeit zegt iets over hoe dik of dun vloeibaar een materiaal is. Bij siliconen, polyurethanen en harsen bepaalt de viscositeit hoe goed een product vloeit, ontlucht en detail weergeeft. Op deze pagina leggen we uit wat viscositeit is, in welke eenheden we het uitdrukken en hoe u de waarde in de praktijk gebruikt.

Overzicht van viscositeit met voorbeelden van dagelijkse vloeistoffen

Viscositeit in het kort

Viscositeit is de weerstand van een vloeistof tegen stromen. Een lage viscositeit betekent dun vloeibaar, zoals water. Een hoge viscositeit betekent dik vloeibaar, zoals honing of stroop. Hoe hoger de viscositeit, hoe langzamer een materiaal vloeit en hoe meer moeite het kost om luchtbellen te laten ontsnappen.

In welke eenheid wordt viscositeit uitgedrukt?

Viscositeit wordt meestal uitgedrukt in millipascalseconde (mPa s). Deze eenheid is gelijk aan de oudere eenheid centipoise (cP): 1 mPa s is exact 1 cP. In productdatabladen ziet u daarom vaak waarden in mPa s of cP door elkaar, maar het gaat om dezelfde grootheid.

Ter vergelijking een aantal referentiewaarden bij kamertemperatuur.

Vloeistof Viscositeit (ongeveer)
Water 1 mPa s
Dunne siliconenolie 50 tot 100 mPa s
Slaolie 60 tot 80 mPa s
Dunne giethars of dunne siliconen rond 1.000 mPa s
Honing rond 10.000 mPa s
Dikke, pasteuze siliconen 30.000 mPa s en hoger

Waarom is viscositeit belangrijk bij afvormen en gieten?

De viscositeit bepaalt in de praktijk hoe een materiaal zich gedraagt.

  • Een lage viscositeit vloeit makkelijk in fijne details en ontlucht sneller. Ideaal voor het afvormen van modellen met veel detail.
  • Een hoge viscositeit blijft beter op zijn plaats en is geschikt voor het opbrengen van kwastlagen of voor toepassingen waar u niet wilt dat het materiaal wegloopt.
  • De verwerkingstijd en temperatuur beinvloeden de viscositeit. Veel materialen worden dunner bij verwarmen en dikker bij afkoelen.
Een dunnere viscositeit ontlucht makkelijker, maar loopt ook sneller weg. Een dikkere viscositeit blijft beter staan, maar vraagt vaker om vacuum ontluchten om luchtbellen te verwijderen. Kies de viscositeit die past bij uw model en methode.

Hoe wordt viscositeit gemeten?

Er zijn verschillende methoden om viscositeit te meten. Twee veelgebruikte zijn de rotatieviscosimeter en de uitloopbeker.

Rotatieviscosimeter

Een rotatieviscosimeter meet de weerstand die een draaiende spindel in de vloeistof ondervindt. Dit geeft een directe waarde in mPa s. Deze methode is nauwkeurig en wordt veel gebruikt voor productspecificaties.

Uitloopbeker (Ford cup)

Bij een uitloopbeker, zoals de Ford cup 4, meet u de tijd in seconden die een vaste hoeveelheid vloeistof nodig heeft om door een opening van vaste diameter uit te lopen. Hoe langer de uitlooptijd, hoe hoger de viscositeit. Deze methode is eenvoudig en praktisch voor controle op de werkvloer.

Viscositeitswaarden gelden altijd bij een bepaalde temperatuur, meestal 23 of 25 graden Celsius. Vergelijk waarden daarom alleen als ze bij dezelfde temperatuur zijn gemeten, en houd er rekening mee dat de werkelijke viscositeit in uw werkruimte kan afwijken.

Login

Wachtwoord vergeten?

Heb je nog geen account?
Maak gratis een account aan en geniet van vele voordelen.