Een silicone masker maken voor Halloween
Je kent ze uit films en van Halloween: maskers die meebewegen als je praat, met rimpels, poriën en een blik waar de buren van schrikken. Dat is siliconen. En ja, zo'n masker kun je zelf maken.
We zijn natuurlijk wel eerlijk: een masker over je hele hoofd is het moeilijkste project dat je met siliconen kunt doen. Het goede nieuws is dat het meestal op dezelfde plek misgaat. Snap je dat ene principe, dan ben je de meeste beginners al voor.
Volledig masker of halfmasker?
Eerst een keuze, want die bepaalt of je één weekend bezig bent of meerdere.
Een volledig masker, ook wel trekmasker genoemd, trek je als een muts over je hoofd. Daar ben je drie tot vijf weekenden mee bezig en je hebt een hoofdvorm en een driedelige mal nodig. Reken op € 200 tot € 350 aan materiaal, de hoofdvorm niet meegerekend. Dat lijkt veel, tot je ziet dat een professioneel masker € 300 tot € 700 of meer kost.
Een halfmasker of los prothesedeel, zoals een neus, een voorhoofd of een wang met een flinke wond, maak je in één weekend voor € 60 tot € 120. Je plakt het op je huid, dus de pasvorm hoeft niet tot op de millimeter te kloppen.
Nog nooit met siliconen gewerkt? Begin dan met het halfmasker. Je leert mengen, kleuren en gieten zonder dat een mislukking je meteen meerdere weekenden werk kost.
Het geheim zit in de kern
Hier haken de meeste handleidingen af. Ze laten zien hoe je een gezicht boetseert en hoe je siliconen giet, maar slaan over hoe die twee bij elkaar komen.
Een masker is hol. Je hebt dus twee vormen nodig: een buitenmal met alle details van het gezicht en een kern die de binnenkant vormt. De siliconen komt in de ruimte daartussen.
De truc: je boetseert het gezicht direct op de kern. De klei die je aanbrengt, wordt later letterlijk vervangen door siliconen. Leg je overal 3 tot 5 millimeter klei, dan krijg je een masker van 3 tot 5 millimeter dik. Je hoeft nergens een spleet op te meten, want die zit al in je boetseerwerk.
Daarom begin je met de hoofdvorm en niet met de klei. De beste kern is een afgietsel van je eigen hoofd (maak dat nooit in je eentje). Een kant-en-klare maskerkern werkt ook. Een verstevigde piepschuimkop kan voor een monster, maar voor een realistisch gezicht is hij vaak te klein.
Van hoofdvorm naar masker in zes stappen
- De kern. Een harde, gladde hoofdvorm met een rand rond de hals. Met die rand lijn je de kern straks uit in de mal.
- Boetseren. Eerst een egale laag klei van 3 millimeter, daarna de grote vormen en als laatste rimpels en huidtextuur. Alles wat in de klei zit, zie je terug in het masker.
- De buitenmal. Twee schelpen van gips en gipsverband, een voor en een achter. Uit één stuk kan niet, want kin, oren en nek haken vast.
- Klei eruit, kern terug. Je maakt alles schoon en zet de kern terug in de mal. De lege ruimte is nu precies je masker. Bouten of spanbanden houden alles op zijn plek.
- Gieten. Je kwast een dun laagje siliconen in de details, giet de rest in de mal en laat de kern er langzaam in zakken. De siliconen stijgt rond de kern omhoog. Daarna laat je alles minstens een nacht met rust.
- Afwerken. Masker lossen, ogen, neusgaten en mond opensnijden, beschilderen en poederen met talk.
Klinkt overzichtelijk. In de praktijk zit het venijn in stap 4 en precies daar gaan we in onze uitgebreide handleiding diep op in.
Vijf fouten bij een siliconemasker maken
Leren van andermans fouten is goedkoper dan leren van je eigen fouten.
Gewone boetseerklei gebruiken. In veel klei zit zwavel en daar kan platinum siliconen, de soort die je voor maskers gebruikt, niet tegen. Je krijgt plakkerige plekken die nooit meer uitharden. Hetzelfde gebeurt met latex handschoenen. Kies zwavelvrije klei en nitril handschoenen en doe altijd eerst een plaktest.
Geen luchtgaatjes (ventgaten) boren. Lucht wil omhoog en blijft hangen in de neuspunt, de kin of de hoorns van je demon. Een gaatje van 3 tot 4 millimeter op elk hoog punt lost dat op.
Te veel verzachter toevoegen. In Amerikaanse tutorials zie je mengsels die voor een derde uit verzachter bestaan. Dat recept is bedoeld voor wonden die je op de huid plakt. Een trekmasker wordt er plakkerig van en scheurt bij het aantrekken. Houd het bij maximaal 10 tot 20 procent van het totale gewicht of laat de verzachter weg.
Zuinig doen met de dikte. Dunner dan 3 millimeter scheurt bij het aantrekken. Rond ogen en mond houd je minimaal 4 millimeter aan. Dunner levert geen gewichtswinst op, alleen een scheur.
Schilderen met acrylverf. Ziet er prachtig uit, tot je voor het eerst een gek gezicht trekt. Dan bladdert alles eraf. Op siliconen hecht alleen siliconenverf. Die maak je zelf van een beetje siliconen, wasbenzine en kleurstof.
Wat heb je nodig?
De basis is een huidveilige platinum siliconen. Voor een eerste masker raden we Elastosil FX 20 aan. Die is iets steviger dan de zachtere FX 10 en scheurt daardoor minder snel als je het masker over je hoofd trekt.
Verder heb je onder meer zwavelvrije boetseerklei nodig, gips en gipsverband voor de mal, siliconen kleurstof en een weegschaal die op de gram nauwkeurig weegt. Bij deze siliconen meng je de twee componenten precies 1 op 1. "Ongeveer goed" bestaat bij siliconen niet.
Een volledig masker weegt 500 tot 800 gram. Meng toch 1 tot 1,2 kilo, want een deel verdwijnt in de naad, de luchtgaatjes en de bodem van je beker.
Zin om te beginnen?
Dit was de korte versie. In de uitgebreide handleiding lees je per stap precies wat je doet: hoe je de kern maakt, hoe je de mal lekvrij afsluit, hoeveel materiaal je bestelt en hoe je de bekendste fouten voorkomt.
Kom je er niet uit? Stel je vraag gerust. We hebben zelf jarenlang met siliconen gewerkt en denken graag met je mee.