Wat doe je met restsiliconen, oude mallen en lege PET, HDPE en blikverpakkingen? Praktische gids over hergebruik, recycling en end of life voor thuis en bedrijf.
Wie met siliconenrubber werkt houdt onvermijdelijk materiaal over. Een mal die zijn beste tijd heeft gehad, een restje component A dat niet meer past bij de resterende component B, een aanslibsel op de bodem van een fles, en natuurlijk de verpakkingen zelf. De vraag die daarna komt is bijna altijd dezelfde, kan dit in de recyclebak of niet.
Het eerlijke antwoord is genuanceerder dan een simpele ja of nee. Uitgehard siliconenrubber is namelijk chemisch iets heel anders dan het plastic van een frisdrankfles, en dat verschil bepaalt volledig wat er met het materiaal kan gebeuren aan het einde van de levensduur. Tegelijk valt er in de praktijk veel meer te hergebruiken dan de meeste gebruikers denken, zeker als je bereid bent een oude mal in stukken te snijden.
In dit artikel behandelen we het volledige plaatje, van het verlengen van de levensduur en het hergebruik van uitgehard materiaal in nieuwe gietsels, tot de correcte afvoer van restanten en verpakkingen, voor zowel particuliere gebruikers als bedrijven.
Het korte antwoord
- ✓ Uitgehard siliconenrubber is inert en geen chemisch afval, maar het is ook niet recyclebaar in de gewone kunststofstroom. Het hoort bij het restafval, thuis in de restafvalcontainer, zakelijk in het bedrijfsrestafval.
- ✓ Niet uitgeharde restanten meng je in de juiste verhouding en laat je volledig uitharden in een wegwerpbakje. Daarna is het gewoon rubber. Spoel nooit iets door de gootsteen.
- ✓ Lege verpakkingen mogen pas bij de kunststofstroom als ze giet of schudleeg zijn. Zit er nog een restant in, dan geldt een andere route.
- ✓ Hergebruik is vaak de beste optie, uitgeharde siliconen kun je versnipperen en als vulmateriaal meegieten in nieuwe mallen, waarmee je tot ongeveer een derde van je nieuwe materiaal bespaart.
- ✓ Rubriek 13 van het veiligheidsinformatieblad is altijd leidend, per product kan de juiste afvoerroute afwijken.
Waarom siliconen niet zomaar recyclebaar zijn
Om te begrijpen waarom een siliconen mal niet in de PMD zak thuishoort, moet je weten wat er tijdens het uitharden gebeurt.
Een thermoharder, geen thermoplast
Siliconenrubber is opgebouwd uit polysiloxanen, ketens met een ruggengraat van afwisselend silicium en zuurstof, met organische zijgroepen. Tijdens het uitharden ontstaan er dwarsverbindingen tussen die ketens, een proces dat crosslinking of vulkanisatie heet. Het resultaat is een driedimensionaal netwerk waarin alle moleculen chemisch aan elkaar vastzitten. Meer over de opbouw en de verschillende types lees je in wat is gietrubber en welke siliconen zijn er.
Dat netwerk is precies wat siliconen zo bruikbaar maakt, het materiaal blijft elastisch tussen ruwweg min 50 en plus 200 graden, is chemisch nagenoeg inert en veroudert nauwelijks. Maar het maakt het materiaal ook tot een thermoharder. Waar een thermoplast zoals PET of HDPE bij verhitting smelt en opnieuw vormbaar wordt, smelt een thermoharder niet. Verwarm je siliconenrubber ver genoeg, dan degradeert het in plaats van dat het vloeibaar wordt.
Daarmee vervalt de hele basis onder mechanische recycling. Je kunt siliconen niet vermalen, opnieuw smelten en tot granulaat verwerken zoals dat met flessen gebeurt. In het Nederlandse afvalbeleid vallen thermoharders om die reden onder een aparte behandeling, met verbranding met energieterugwinning als standaardroute.
Wat er dan wel gebeurt met siliconen restafval
Uitgehard siliconenrubber dat in het restafval belandt, gaat naar een afvalenergiecentrale. Daar wordt de organische fractie verbrand en omgezet in warmte en elektriciteit. Wat overblijft is voornamelijk siliciumdioxide, oftewel amorfe silica, dat in de bodemas terechtkomt en deels wordt teruggewonnen als bouwstof.
Dat is geen recycling in de strikte zin, het is energieterugwinning. Milieutechnisch is het onschadelijk, siliconenrubber bevat geen halogenen en verbrandt schoon, maar het materiaal is wel definitief uit de kringloop. Reden te meer om eerst goed te kijken of hergebruik mogelijk is.
Uitgehard siliconenrubber hergebruiken in je eigen werkplaats
Hier ligt de grootste directe winst, zowel voor je portemonnee als voor het milieu. Uitgeharde siliconen zijn namelijk uitstekend te hergebruiken, mits je weet waar de grenzen liggen.
Methode 1, versnipperde siliconen als vulmateriaal
De bekendste techniek onder mallenmakers, en verreweg de nuttigste. Je snijdt of maalt oude mallen en gietrestanten tot brokjes en mengt die door vers aangemaakt siliconenrubber. De brokjes vullen volume, het verse siliconenrubber vormt de matrix die alles samenbindt. Bij grote blokmallen kan dit een aanzienlijk deel van je nieuwe materiaal vervangen.
Zo pak je het aan:
- → Selecteer alleen schoon materiaal. Brokken uit mallen die met gips, beton, klei of polyester in aanraking zijn geweest moeten grondig gereinigd zijn. Resten lossingsmiddel, siliconenolie, vaseline of was zijn onbruikbaar, die verhinderen de hechting.
- → Snijd of maal tot brokjes van ongeveer 5 tot 15 millimeter. Een scherp mes werkt prima, een oude vleesmolen of een grove shredder gaat sneller. Fijner is niet altijd beter, hele fijne deeltjes verdikken het mengsel te sterk.
- → Zorg dat de brokjes kurkdroog en vetvrij zijn. Reinig indien nodig met isopropylalcohol en laat volledig verdampen.
- → Giet eerst een zuivere vormlaag. Breng minimaal 5 tot 10 millimeter puur siliconenrubber aan tegen het model, zodat het brokmateriaal nooit het gietoppervlak raakt.
- → Vul daarna in lagen op. Strooi de brokjes in het nog vloeibare siliconenrubber en giet er verse siliconen overheen, zodat alle brokjes volledig ingesloten worden.
- → Houd de verhouding beperkt. Blijf bij maximaal ongeveer 30 tot 50 volumeprocent brokmateriaal. Meer betekent onvoldoende matrix en een mal die uit elkaar valt.
⚠️ Belangrijke beperkingen, lees dit voordat je begint
Deze techniek werkt goed, maar niet overal en niet altijd. Houd rekening met het volgende:
Meng geen condensatiesiliconen door additiesiliconen. Additiecuring op platinabasis is uiterst gevoelig voor inhibitie. Brokken uit een tinhoudende condensatiemal, of brokken met resten lossingsmiddel, zwavelhoudende klei, latex of bepaalde lijmen, kunnen ervoor zorgen dat het verse siliconenrubber rond die brokken plaatselijk niet uithardt. Maak bij twijfel altijd eerst een kleine proefgiet.
De mechanische eigenschappen gaan omlaag. Een gevulde mal heeft een lagere scheurweerstand dan een massieve mal, omdat scheuren zich makkelijk langs de grensvlakken tussen brok en matrix voortplanten. Gebruik deze techniek voor eenvoudige blokmallen en niet voor mallen met dunne, fragiele delen of diepe ondersnijdingen.
Niet geschikt voor toepassingen met eisen. Voor voedselcontact, huidcontact of medische toepassingen en voor hoge maatnauwkeurigheid gebruik je uitsluitend puur, vers materiaal met de bijbehorende certificering.
Ouder materiaal is minder hechtingsbereid. Sterk verouderde, uitgeloogde of vervuilde brokken hechten slechter. Verse gietrestanten van een paar weken oud werken beter dan een mal van tien jaar.
Methode 2, vulkernen in plaats van brokmateriaal
Vaak over het hoofd gezien en technisch superieur, zeker als je geen concessies aan de kwaliteit wilt doen. In plaats van brokjes door je siliconen te mengen plaats je een massief vulblok in het hart van de mal, van een materiaal dat niets kost en geen invloed heeft op de uitharding.
Bruikbare kernen zijn onder meer een blok gietschuim, een gesloten stuk PE of PP, een glad afgewerkt houtblok met een gesloten lakafwerking, of een leeg afgesloten kunststof potje. Je positioneert de kern zo dat er rondom minstens 15 tot 20 millimeter siliconenrubber overblijft. Het volume dat de kern inneemt hoef je niet aan siliconen te betalen, terwijl de mal zelf massief en homogeen blijft rond het model.
Nog effectiever is het om helemaal geen blokmal te maken. Met een strijkmal in plaats van een gietmal breng je alleen een dunne laag siliconen op het model aan en vang je de vorm op met een steunmal. Dat scheelt vaak meer materiaal dan welke vulmethode ook. De volledige werkwijze staat in de handleiding strijkmal of spatelmal maken.
Methode 3, mallen repareren in plaats van vervangen
Een scheur in een verder prima mal is zelden een reden om weg te gooien. Reparatie is mogelijk, met een belangrijke voorwaarde, het reparatiemateriaal moet van hetzelfde curingtype zijn als de mal. Condensatie repareer je met condensatie, additie met additie.
Reinig het scheuroppervlak grondig en ontvet het, breng vers siliconenrubber van hetzelfde type aan, eventueel in combinatie met een siliconenprimer voor betere hechting, en klem of tape de delen tegen elkaar tot volledige uitharding. De hechting van vers op oud siliconenrubber is nooit zo sterk als het oorspronkelijke materiaal, maar voor een mal die nog tientallen afgietsels moet maken is het ruim voldoende. Meer over verlijmen en snijden vind je in siliconen verwerken, lijmen, luchtbellen, snijden en inkleuren.
Methode 4, een tweede leven als functioneel object
Niet elk stuk uitgehard siliconenrubber hoeft weer een mal te worden. De eigenschappen die het materiaal in de werkplaats waardevol maken, hittebestendigheid, chemische inertie en een hoge wrijvingscoefficient, zijn ook elders bruikbaar:
- ✓ Antislipmatjes onder gereedschap, werkstukken of gietbakken
- ✓ Beschermdoppen en stootranden voor scherpe hoeken in de werkplaats
- ✓ Onderleggers voor hete potten, mengbekers en verwarmde platen
- ✓ Afstandhouders, wiggen en klemblokjes bij het uitlijnen van mallen
- ✓ Testmateriaal om nieuwe lossingsmiddelen, pigmenten of reinigers uit te proberen voordat je ze op een werkende mal loslaat
- ✓ Oefenmateriaal voor cursisten en beginners die hechting, ontvormen en snijtechniek willen leren
Wat je vooral niet moet doen
Er circuleren een paar hardnekkige ideeen die niet werken of ronduit onverstandig zijn.
Opnieuw smelten heeft geen zin. Zoals hierboven uitgelegd smelt een thermoharder niet. Siliconenrubber in de oven of onder een heteluchtpistool levert geen vloeibaar materiaal op, alleen degradatie en potentieel schadelijke dampen.
Verbrand siliconen niet zelf. Niet in de tuin, niet in een houtkachel en niet in een vuurkorf. Verbranding buiten een gecontroleerde installatie levert onvolledige verbranding op met fijnstof en siliciumhoudende deeltjes.
Spoel snippers nooit door de gootsteen. Siliconenrubber is niet biologisch afbreekbaar en niet oplosbaar. Het passeert de waterzuivering en komt in het slib of het oppervlaktewater terecht.
Verwerk siliconensnippers niet in de bodem of in compost. Het materiaal breekt niet af en wordt op termijn een bron van microdeeltjes.
Niet uitgeharde restanten, component A en component B
Onuitgehard siliconenrubber is een heel ander verhaal dan het uitgeharde product. Zolang de componenten nog vloeibaar zijn gelden de gevaarseigenschappen van het etiket, en die verschillen sterk per producttype. Katalysatorcomponenten van condensatiesiliconen kunnen organotinverbindingen bevatten, sommige crosslinkers zijn geclassificeerd, en bij verwante producten zoals polyurethaan spelen diisocyanaten een rol.
De beste route, laten uitharden
De praktische en veruit voordeligste oplossing is de restanten van gevaarlijk naar inert brengen door ze gewoon te laten uitharden. Meng het restant van component A met de bijbehorende hoeveelheid component B in de voorgeschreven verhouding, giet het uit in een dunne laag in een wegwerpbakje of op een stuk folie, en laat het in een geventileerde ruimte volledig uitharden.
Een dunne laag hardt sneller en betrouwbaarder uit dan een dikke klont, en bij condensatiesiliconen is luchtvochtigheid nodig voor de reactie. Zodra het materiaal volledig doorgehard en droog aanvoelt, is het gewoon siliconenrubber en volgt het de route van uitgehard materiaal. Meer over uithardingstijden staat in hoe lang moet een siliconenmal uitharden voor ik hem ontvorm.
Wanneer dit niet lukt
Het komt voor dat uitharden geen optie is, bijvoorbeeld bij een grote hoeveelheid verlopen materiaal, bij een component waarvan de tegenhanger ontbreekt, of bij een partij waarvan de katalysator zijn werking heeft verloren. In die gevallen blijft het materiaal een chemische afvalstof.
Particuliere gebruikers leveren dit in als klein chemisch afval bij de milieustraat of het gemeentelijke inzamelpunt. Bedrijven voeren het af via een erkende afvalinzamelaar, met de bijbehorende codering, begeleidingsbrief en registratie. Kijk in beide gevallen eerst in rubriek 13 van het veiligheidsinformatieblad, daar staat de door de fabrikant voorgeschreven verwijderingsroute.
Het beste afval is het afval dat je niet maakt
Verreweg de grootste besparing zit niet in verwerking maar in preventie. Een paar punten die in de praktijk het meeste schelen:
- ✓ Bereken je volume vooraf. Zet je model in de gietbak, vul met water of rijst tot de gewenste hoogte, giet af en meet. Zo weet je precies hoeveel je moet aanmaken.
- ✓ Weeg, schat niet. Een digitale weegschaal met een nauwkeurigheid van 1 gram voorkomt zowel te veel aanmaken als mislukte uithardingen door een verkeerde mengverhouding.
- ✓ Sluit verpakkingen direct en luchtdicht. Vooral katalysatorcomponenten van condensatiesystemen zijn vochtgevoelig en verliezen hun werking bij open opslag.
- ✓ Bewaar koel, donker en vorstvrij. Tussen ongeveer 5 en 25 graden, uit direct zonlicht. Dat verlengt de houdbaarheid aanzienlijk.
- ✓ Koop passend bij je verbruik. Een groot gebinde is per kilo goedkoper, maar niet als de helft over de datum gaat. Een klein gebinde dat volledig opgaat is duurzamer dan een groot gebinde dat half wordt afgevoerd.
Verpakkingen, PET flessen, HDPE flessen en blik
Siliconen worden geleverd in verschillende verpakkingen, en die hebben elk hun eigen afvalroute. Bij ons zijn dat voornamelijk PET flessen, HDPE flessen en metalen blikken. De regels verschillen bovendien tussen particuliere huishoudens en bedrijven, dus we behandelen ze apart.
Stap een, de verpakking echt leeg maken
Dit is de bepalende stap, want de vervolgroute hangt volledig af van de vraag of er nog een restant in zit. De officiele maatstaf is giet of schudleeg, oftewel er komt bij omkeren en uitschudden niets meer uit.
Bij siliconen heb je hier een handig voordeel. Laat het laatste restje in de fles of het blik gewoon uitharden. Uitgeharde siliconen laten zich vervolgens vaak als een vel uit de verpakking trekken, waarna de verpakking daadwerkelijk leeg is. Het uitgeharde vel gaat bij het restafval, de lege verpakking bij de kunststofstroom.
Reinig verpakkingen niet met oplosmiddel of water als dat niet nodig is. Dat verplaatst het probleem alleen naar het afvalwater.
Voor particuliere gebruikers
Voor huishoudens gelden de landelijke afvalscheidingsregels, met per 1 januari 2026 een vernieuwde landelijke wel en niet lijst voor PMD, opgesteld binnen de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen 2025 tot 2030.
| Situatie |
Waar hoort het |
| PET of HDPE fles, giet en schudleeg, dop erop |
PMD zak of PMD container |
| PET of HDPE fles met nog een vloeibaar restant erin |
Klein chemisch afval bij de milieustraat, of restafval als het product niet op de KCA lijst staat |
| Fles met een opgedroogd of uitgehard restant dat er niet uit komt |
Restafval |
| Blik, volledig leeg met hooguit een opgedroogde rest |
Restafval, het staal wordt met magneten teruggewonnen uit de verbrandingsresten |
| Blik, restloos leeg en schoon |
PMD, metalen verpakkingen |
| Uitgeharde siliconen mallen, gietsels, snippers |
Restafval, nooit bij PMD |
Twee praktische aandachtspunten. Schroef de dop terug op de fles voordat je hem weggooit, dat voorkomt lekken in de inzamelwagen en de dop gaat mee in de recycling. En houd er rekening mee dat gemeenten van elkaar verschillen, sommige zamelen PMD apart in, andere doen nascheiding uit het restafval. De Afvalscheidingswijzer van Milieu Centraal en de site van je eigen gemeente geven uitsluitsel.
Er is nog iets dat goed is om te weten. Verpakkingen waar chemicalien in hebben gezeten worden nooit gerecycled tot voedsel of drankverpakkingen, ook niet als het om PET gaat. Dat materiaal komt in een technische stroom terecht en wordt verwerkt tot niet voedsel toepassingen.
Voor zakelijke gebruikers
Voor bedrijven gelden de gemeentelijke huishoudregels niet. Verpakkingsafval uit een bedrijf is bedrijfsafval en gaat via een contract met een erkende afvalinzamelaar. De volledige uitleg staat in hoe voer ik siliconenafval af als bedrijf. De belangrijkste punten:
- → Codering volgens de Europese afvalstoffenlijst. Schone kunststofverpakking valt doorgaans onder 15 01 02, metalen verpakking onder 15 01 04, en verpakking die resten van gevaarlijke stoffen bevat of daarmee verontreinigd is onder 15 01 10 met sterretje, dus als gevaarlijk afval. Welke code van toepassing is hangt af van het specifieke product en van hoe leeg de verpakking is.
- → Registratie en begeleidingsbrief. Bij afgifte van gevaarlijk afval hoort een begeleidingsbrief en een melding, en de ontvanger moet over de juiste vergunning en registratie beschikken.
- → Scheiden loont financieel. Een gescheiden stroom schone HDPE gebindes is aanzienlijk goedkoper af te voeren dan een gemengde container die als gevaarlijk afval wordt aangemerkt. Het loont om verpakkingen consequent restloos leeg te maken.
- → Uitgeharde siliconen als aparte stroom. Wie structureel grotere hoeveelheden schone, uitgeharde siliconenresten produceert, kan die apart houden. Dat is de enige vorm waarin siliconen op termijn interessant zijn voor chemische recycling.
- → Retour en statiegeldsystemen. Voor grootverpakkingen, vaten en IBC containers bestaan bij veel leveranciers retourregelingen. Vraag ernaar, het scheelt afvoerkosten en een gereinigd retourvat is aanzienlijk duurzamer dan een nieuw vat.
De grootste winst zit in de gebindegrootte
Een vaak vergeten rekensom. Wie een jaar lang siliconen afneemt in kiloflessen gebruikt per verwerkte kilo materiaal een veelvoud aan verpakkingsgewicht ten opzichte van iemand die hetzelfde volume in emmers of vaten afneemt. De verpakkingsfractie per kilo product daalt fors bij grotere gebindes, en dat is de verpakking die je uiteindelijk moet afvoeren.
Voor werkplaatsen en bedrijven die structureel verwerken is de overstap naar grotere gebindes daarom vrijwel altijd de meest effectieve duurzaamheidsmaatregel, en tegelijk de goedkoopste per kilo. Voor incidentele gebruikers geldt het omgekeerde, koop niet meer dan je binnen de houdbaarheidstermijn verwerkt.
Industriele recycling van siliconen, de stand van zaken
De vraag of siliconen ooit echt circulair worden komt steeds vaker terug, ook vanuit inkoop en duurzaamheidsrapportages. Het eerlijke antwoord is dat er beweging in zit, maar dat de sector nog aan het begin staat.
Chemische recycling en depolymerisatie
Omdat mechanische recycling voor thermoharders niet werkt, richt het onderzoek zich op chemische recycling. Daarbij wordt het siliconennetwerk met behulp van katalysatoren afgebroken tot kortere ketens, oligomeren en cyclische siloxanen, die vervolgens weer als grondstof kunnen dienen voor nieuw siliconenmateriaal van virgin kwaliteit. Dat is een echte gesloten kringloop, in tegenstelling tot energieterugwinning.
De schaal is voorlopig nog bescheiden. Een overzichtsartikel uit 2024 schatte dat wereldwijd in de orde van 35.000 tot 45.000 ton siliconenafval chemisch gerecycled werd, op een totale markt die vele malen groter is. In de Verenigde Staten draait een gespecialiseerde installatie die siliconenrubber chemisch afbreekt tot polydimethylsiloxaan olie, met een gerapporteerde CO2 voetafdruk die aanzienlijk lager ligt dan die van nieuw materiaal. In Europa lopen vergelijkbare initiatieven, vooral gericht op industriele productiestromen.
Waarom dat voorlopig niet voor consumentenafval geldt
De installaties die er zijn draaien vrijwel uitsluitend op schone, bekende, gescheiden stromen. Denk aan aanspuitingen en randafval uit spuitgietproductie, afgekeurde onderdelen uit een enkele productielijn, of restpartijen vloeibaar siliconenrubber van een fabrikant. Dat materiaal heeft een bekende samenstelling, een bekend curingtype en geen vervuiling.
Een oude mal uit een hobbyatelier voldoet aan geen van die eisen. De samenstelling is onbekend, er zitten gips, hars, pigment en lossingsmiddel aan, en de hoeveelheid per aanbieder is te klein om logistiek rendabel te zijn. Zolang er geen inzamelinfrastructuur bestaat blijft chemische recycling daarom vooral relevant voor industriele partijen.
Mechanisch hergebruik als functionele vulstof
Naast chemische routes loopt er onderzoek naar het gebruik van vermalen siliconenafval als functionele vulstof in nieuwe siliconenelastomeren, waarbij de invloed op mechanische integriteit en energiedissipatie wordt onderzocht. Dat is in feite de industriele versie van wat mallenmakers al decennia in de werkplaats doen, en het bevestigt dat de techniek principieel werkt zolang je de beperkingen accepteert.
Circulair werken met siliconen, in volgorde van impact
In het Nederlandse circulariteitsdenken wordt de R ladder gebruikt om strategieen te rangschikken, van slim gebruik en verlenging van de levensduur bovenaan tot terugwinning van energie onderaan. Vertaald naar siliconen ziet die rangorde er zo uit, en de volgorde is niet willekeurig.
1. Verleng de levensduur van je mal. Dit levert veruit de grootste besparing op. Een mal die 200 afgietsels haalt in plaats van 60 vervangt twee mallen die je nooit hebt hoeven kopen, produceren of afvoeren.
2. Kies het juiste product voor de toepassing. De juiste Shore hardheid, het juiste curingtype en de juiste rekbaarheid voorkomen voortijdig falen. Zie ook welk materiaal kies je waarvoor.
3. Minimaliseer het restant. Volumeberekening vooraf, nauwkeurig wegen, vulkernen inzetten en de gietbak zo klein mogelijk houden.
4. Hergebruik uitgehard materiaal. Versnipperd als vulmateriaal in nieuwe blokmallen, of als functioneel object in de werkplaats.
5. Repareer in plaats van vervangen. Een scheur is geen einde levensduur.
6. Voer verantwoord af. Uitgehard naar restafval, onuitgehard eerst laten uitharden, verpakkingen restloos leeg naar de juiste stroom.
Levensduur verlengen, de tips die het meest opleveren
Omdat punt een de meeste impact heeft, hieronder concreet wat een mal langer laat meegaan.
- ✓ Gebruik het juiste lossingsmiddel en sluit poreuze ondergronden af. Vooral bij polyester en polyurethaan is een goede scheidingslaag het verschil tussen een mal die 100 keer meegaat en een mal die na 10 keer verkleeft. Zie welke ondergronden moet ik afsluiten.
- ✓ Ontvorm rustig en gelijkmatig. De meeste scheuren ontstaan bij het uitnemen, niet tijdens het gieten. Trek nooit aan een dun uitsteeksel.
- ✓ Reinig na gebruik. Achtergebleven hars of gips vreet aan het oppervlak en tast bij de volgende giet de detaillering aan.
- ✓ Bewaar vlak en ondersteund. Een mal die maandenlang op zijn kant staat vervormt permanent. Leg ze vlak, eventueel met het model of een steunblok erin.
- ✓ Houd ze uit direct zonlicht en stof. UV en warmte versnellen veroudering, en stof hecht aan het oppervlak en komt in je volgende afgietsel terecht.
- ✓ Let op de combinatie mal en giethars. Condensatiesiliconen zijn duidelijk beter bestand tegen polyester en polyurethaan, additiesiliconen geven een hogere maatvastheid en langere houdbaarheid maar zijn gevoeliger voor inhibitie. Lees meer over de bestendigheid van siliconen in de praktijk.
- ✓ Maak een mal van je mal. Bij een model dat je vaak nodig hebt loont het om eerst een duurzaam mastermodel in hars te gieten. Slijt de mal, dan giet je een nieuwe zonder het originele model opnieuw te hoeven bewerken.
Nog een concrete vraag over afvoeren of hergebruiken?
De vragen die hierover het vaakst binnenkomen hebben we los beantwoord:
Gerelateerde onderwerpen
Minder afval begint bij de juiste keuze
De grootste besparing zit niet in de afvalbak maar aan het begin, bij een siliconensoort die past bij je model, je giethars en je gewenste aantal afgietsels. Twijfel je welk type of welke hardheid je nodig hebt, neem dan contact op met ons team, wij denken graag mee over de meest efficiente opzet voor jouw project.
Condensatie siliconenPlatina siliconenVraag advies
De informatie in dit artikel is algemeen van aard en gebaseerd op de Nederlandse afvalregelgeving zoals die geldt ten tijde van publicatie. Regels voor afvalscheiding verschillen per gemeente en per land. Rubriek 13 van het veiligheidsinformatieblad van het betreffende product is altijd leidend voor de juiste afvoerroute. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor correcte codering, registratie en afgifte aan een erkende verwerker.