Vloeibaar rubber: siliconen of PU, wat is het verschil?

  • , door Roel Collaris
  • 8 min lezen
Vloeibaar rubber: siliconen of PU, wat is het verschil?

Een mal waar je honderden afgietsels uithaalt, een naad die jarenlang waterdicht blijft, een flexibel onderdeel op maat? Aan de basis daarvan staat vloeibaar rubber.

Vloeibaar rubber: siliconen of PU, wat is het verschil?

Een mal waar je honderden afgietsels uithaalt, een naad die jarenlang waterdicht blijft, een flexibel onderdeel op maat? Aan de basis daarvan staat vloeibaar rubber.

Vloeibaar rubber is dan ook geen product, maar een verzamelnaam. Er vallen dakcoatings onder, PU-rubber en siliconenrubber. Een dakcoating koop je kant en klaar. De andere twee zijn grondstof. Daar specialiseren wij ons in. Twee losse componenten die pas iets worden op het moment dat jij ze bij elkaar giet. Wat? Dat bepaal jij, met de mengverhouding, de shore-hardheid en de potlife.

Hieronder lees je wat er tijdens dat mengen precies gebeurt, wat makers ermee maken en waarom siliconen binnen deze familie een eigen plek heeft.

 

Wat is vloeibaar rubber?

Een mal waar je honderden afgietsels uithaalt, een naad die jarenlang waterdicht blijft, een flexibel onderdeel op maat? Aan de basis daarvan staat vloeibaar rubber.

Vloeibaar rubber is dan ook geen product, maar een verzamelnaam. Er vallen dakcoatings onder, PU-rubber en siliconenrubber. Een dakcoating koop je kant en klaar. De andere twee zijn grondstof. Daar specialiseren wij ons in. Twee losse componenten die pas iets worden op het moment dat jij ze bij elkaar giet. Wat? Dat bepaal jij, met de mengverhouding, de shore-hardheid en de potlife.

Hieronder lees je wat er tijdens dat mengen precies gebeurt, wat makers ermee maken en waarom siliconen binnen deze familie een eigen plek heeft.


Siliconenrubber

De vloeibare siliconen stromen in de fijnste details en oneffenheden, van de exacte maatvoering van een tandwiel tot de nerf in een stuk hout. Tijdens het uitharden vindt er in de meeste gevallen geen hechting plaats. Zo komt de mal er in één keer af, zonder schade aan het origineel. Daarom is de grote kracht van siliconen ook het maken van waarheidsgetrouwe mallen.

Er zijn wel uitzonderingen. Aan ander siliconenrubber, zeer schoon glas en andere silicium houdende materialen hecht siliconen namelijk gewoon. Bij poreuze ondergronden ontstaat bovendien een mechanische hechting doordat het materiaal wordt opgezogen. Twijfel je of jouw materiaal geschikt is voor een mal, neem dan gerust contact op.

Op de verpakking vind je dit terug als RTV-2, room temperature vulcanizing in twee componenten. Het wordt dus rubber bij kamertemperatuur, zonder oven of pers.

Je komt twee soorten tegen. Dat onderscheid stuurt bijna elke keuze die je daarna maakt:

  • Condensatiesiliconen, in de praktijk tin-siliconen genoemd naar de katalysator die de reactie op gang brengt. Ze harden op vrijwel elke ondergrond uit en trekken zich weinig aan van wat vervuiling. Met de hoeveelheid katalysator stuur je hoe snel je werkt. Tijdens het uitharden komt er alcohol vrij, waardoor de mal licht krimpt, tot ongeveer een procent.
  • Additiesiliconen, ook wel platina-siliconen, genoemd naar de platinakatalysator. De verhouding ligt hier vast en afwijken levert plakkerig rubber op, maar je krijgt er maatvastheid voor terug en er bestaan voedselveilige varianten. Let op inhibitie, oftewel remming van de reactie: contact met zwavelhoudende klei, latex of tin zorgt dat het rubber plaatselijk niet uithardt.

PU-rubber

Flexibel polyurethaan is de krachtpatser van de twee. Het is taaier, scheurt minder snel en kost per kilo minder, waardoor het de logische keuze is voor onderdelen die klappen en slijtage moeten opvangen.

Alleen gedraagt het zich precies andersom. Waar siliconen loslaat, hecht PU aan vrijwel alles wat het tegenkomt, dus zonder lossingsmiddel krijg je het nooit meer uit je vorm. Vocht doet bovendien mee in de reactie, zodat een vochtige werkplaats of een gipsmal die nog niet droog is schuim en luchtbellen oplevert. En omdat de meeste types niet tegen UV kunnen, verkleuren ze in de volle zon.

Waarvoor gebruik je vloeibaar rubber?

De toepassingen lopen uiteen van een enkel afgietsel in een schuur tot series die in een werkplaats van de band lopen. Vier gebruiken kom je het vaakst tegen.

 

Mallen en afgietsels

Dit is verreweg de grootste toepassing. Je giet siliconen over een origineel. Wat je daarna in die mal giet bepaal je zelf: gips, beton, epoxy, zeep, was of chocolade. Voor alles wat in de mond komt bestaan speciaal gecertificeerde siliconen, die getest zijn op wat er in contact met voeding kan vrijkomen.

Dat siliconen tegen zo'n 200 graden kan helpt hier, want hete gietwas voor kaarsen vormt geen probleem en de warmte die gips afgeeft tijdens het uitharden evenmin. Hoe lang een mal meegaat hangt vooral af van wat erin komt, want gips is mild en levert tientallen afgietsels op, terwijl agressievere harsen de binnenkant sneller aantasten.

Prototypes en kleine series

Hier werken de twee materialen samen. Je giet eerst een siliconen mal om je model en vult die daarna met PU-hars: siliconen levert de vorm, PU het onderdeel. Binnen een dag ligt er een serie.

Het alternatief is een spuitgietmatrijs, de stalen vorm waarin gesmolten kunststof onder druk wordt gespoten. Daar investeer je duizenden euro's in en je wacht weken op levering. Bij elke ontwerpwijziging begint dat opnieuw. Die stap zet je pas als je toe bent aan opschalen.

Flexibele onderdelen op maat

Pakkingen, stootranden, rollen, bumpers, aandrijfbandjes. Alles wat moet buigen, klappen opvangen of geluid dempen en niet in de catalogus staat, giet je zelf. Hier ligt PU-rubber vaak voor de hand, omdat het beter tegen slijtage kan.

Afdichten en verlijmen

Siliconen hecht van zichzelf bijna nergens aan, wat voor mallen een zegen is en hier juist het probleem. Met een primer, een dun voorstrijkmiddel dat de ondergrond ontvankelijk maakt, laat je het wel hechten aan glas, metaal of kunststof.

De bekendste toepassing is siliconenkit uit een koker. Dat is de eencomponentversie, die niet op een harder reageert maar op de vochtigheid uit de lucht en daarom van buiten naar binnen uithardt. Dakcoating werkt net zo. Allebei koop je ze kant en klaar, zonder mengwerk.

Wat je keuze stuurt

Welke toepassing je ook kiest, je stuurt met drie eigenschappen:

  • Shore A, de maat voor de hardheid van het uitgeharde rubber. Hoe lager het getal, hoe zachter en rekbaarder. Gietsiliconen zitten meestal tussen 10 en 40. Zacht rubber buigt om ondersnijdingen heen, de uitstekende delen waar een stugge mal achter blijft haken, terwijl harder rubber zijn vorm beter houdt bij grote of platte modellen.
  • Potlife, de term voor de verwerkingstijd nadat je de componenten hebt gemengd. Dat staat los van de uithardingstijd, want twintig minuten potlife kan prima samengaan met acht uur wachten voordat je kunt ontvormen. De opgegeven potlife gaat uit van een gemiddelde kamertemperatuur, dus een warme ruimte verkort die tijd en een koele ruimte rekt hem op.
  • Viscositeit, de dikte van het gemengde materiaal. Dun materiaal kruipt vanzelf in elk detail, dik materiaal blijft liggen waar je het neerlegt. Over een vlak model wil je dun, maar op een muur, een schouw of een standbeeld zakt dat naar beneden en gebruik je een spatelbare variant.

Wat is het verschil tussen vloeibaar rubber en siliconen?

Technisch gezien is er geen tegenstelling, want siliconen is zelf een vloeibaar rubber. In de volksmond ligt het anders. Daar staat vloeibaar rubber meestal voor dakcoating. Wie erop zoekt komt daar dan ook als eerste op uit.

Siliconen meng je zelf. Daarmee bepaal je de hardheid, de verwerkingstijd en de dikte.

De keuze gaat dan tussen siliconen en PU-rubber. Siliconen levert de vorm, met detailweergave, hitte tot zo'n 200 graden en een mal die er zonder kunstgrepen weer afkomt. PU levert het onderdeel, scheurvast en slijtvast en goedkoper per kilo. Die lagere prijs zegt weinig over je projectkosten, want een siliconen mal gaat tientallen afgietsels mee en verdient zich terug over de serie. Wel verschilt de houdbaarheid, doordat platina-siliconen jarenlang soepel blijven en tin-siliconen langzaam naharden en brozer worden. In verwerking is PU veeleisender, want de dampen die tijdens de reactie vrijkomen vragen om goede ventilatie. Van siliconen bestaan er zelfs varianten die op de huid mogen, waardoor handafdrukken en bodycasting daarmee gemaakt worden.

Als vuistregel geldt dat je siliconen kiest als het om de vorm gaat en PU als het onderdeel belasting moet aankunnen. In veel projecten gebruik je ze allebei. Weet je niet zeker welke bij jouw project past, vraag het dan even, want verkeerd gekozen rubber merk je pas als het is uitgehard.

Blog posts

Login

Wachtwoord vergeten?

Heb je nog geen account?
Maak gratis een account aan en geniet van vele voordelen.